Eventjes een tekeningetje erbij:
- Lijn A-C is de bovenste draagarm
- Lijn A-B is een denkbeeldige hulplijn om te kunnen rekenen aan een driehoek
- Lijn D-E is de veer
- Lijn B-C is de afstand tussen bovenste fuseekogel en het scherm
- Punt A is het bevestigingspunt van de bovenste draagarm aan het chassis
- Punt E is het bevestigingspunt van de veer aan de draagarm
- Punt C is het bevestigingspunt van de bovenste fuseekogel aan de draagarm
- Punt D is het bevestigingspunt van de veer aan het chassis
Mijn redenering:
- In de eerste situatie is lijn D-E 4cm lang (gewoon maar een voorbeeldwaarde). Hierbij hoort een bepaalde waarde voor de lengte van lijn B-C (afstand bovenste fuseekogel-scherm).
- In de tweede situatie is lijn D-E 5cm lang, een toename van 1cm. In deze situatie zal de lengte van de lijn B-C echter met méér dan 1cm toenemen.
Oftewel: als ik de veer (lijn D-E) 1cm langer maak (of ophoog met een bus) dan zal de afstand van de bovenste fuseekogel naar het scherm (lijn B-C) méér dan 1cm toenemen. Ik heb een foto van de bovenste draagarm van Internet geplukt en hiervan de maten A-E en E-C opgemeten. Wat de exacte maten zijn maakt volgens mij niet uit, het gaat om de verhoudingen van die twee ten opzichte van elkaar. Voor de lengte van D-E heb ik een waarde in verhouding genomen. Met behulp van de sinusregel heb ik vervolgens de lengte van B-C berekend.
Als tweede heb ik een grotere waarde voor D-E genomen en B-C weer uitgerekend. Deze verhoudingen heb ik tegen elkaar weggezet en kwam er vervolgens op een verhouding van 1:2,1. Oftewel: als ik D-E 1cm langer maak wordt B-C 2,1cm langer. Nu zullen die waardes zeker niet 100% kloppen maar liggen wel redelijk in die buurt. Het gaat mij tenslotte om het principe, een verklaring dat mijn Mustang nu voor méér omhoog gekomen is dan de 2,5cm grotere hoogte van de nieuwe vulbussen.
Wat ik me nu wel bedenk is dat ik niet weet of de grootte van hoek A bepalend is voor de verhouding in toename tussen D-E en B-C. Als dit het geval is zou het verklaarbaar zijn dat bijvoorbeeld de eerste 2,5cm verlenging van D-E een minder grote toename van de lengte van B-C tot gevolg zou hebben dan een tweede 2,5cm verlenging van D-E. Wat dan weer een verklaring zou zijn voor de bevindingen van Dakloos.
Volgens mij doe ik het zo goed... of heeft iemand een ander idee hierover? Zijn er wiskundigen in de zaal?